Gedempte kleur
In de ontwikkeling van mijn werk als schilder ben ik geleidelijk tot het inzicht gekomen dat kleur, hoewel een krachtig middel, niet noodzakelijk het beeld hoeft te domineren. In plaats van te werken met sterke of felle kleuren gebruik ik vaak gedempte, aardse tinten, waardoor andere elementen meer naar voren kunnen komen.
Wanneer kleur wordt teruggenomen, raakt het oog minder snel afgeleid. De aandacht verschuift vanzelf naar contrast, structuur en het samenspel van licht en schaduw. Deze elementen sluiten nauw aan bij de manier waarop wij de wereld waarnemen.
Voor mij hangt dit ook samen met mijn opvatting van kunst. Ik zie kunst als een vorm van kennis — niet de kennis die ontstaat uit concepten of theorieën, maar een kennis die voortkomt uit waarneming. Een schilderij kan ons iets laten ontdekken over de werkelijkheid dat we eerder niet hadden opgemerkt.
Schilderproces
Mijn schilderijen beginnen vaak met een wit hardboard waarop ik een donkere laag verf aanbreng. Vanuit dit donkere oppervlak werk ik geleidelijk terug naar het licht. Door delen van de verf weg te nemen of te verminderen verschijnt het beeld stap voor stap.
Het licht lijkt zo als het ware uit het oppervlak van het schilderij zelf te komen. Deze werkwijze maakt sterke contrasten en zeer fijne details mogelijk.
Wanneer ik landschappen schilder, werk ik meestal vanuit mijn verbeelding. Ik begin met een algemene richting, maar probeer het schilderij niet te strak te sturen. Tijdens het proces verschijnen vormen die zich langzaam beginnen te organiseren.
Het proces lijkt soms op het herkennen van vormen in wolken. Wanneer er een eerste samenhang ontstaat, gebruik ik potloden en krassers om het beeld verder te verfijnen en te structureren. Vaak neemt het schilderij onverwachte richtingen voordat het zijn uiteindelijke vorm vindt.
Bossen en ruimte
Veel van mijn schilderijen tonen bossen, maar het eigenlijke onderwerp is vaak ruimte.
De kijker wordt uitgenodigd om deze ruimte binnen te gaan in plaats van haar alleen te observeren. Het beperkte kleurgebruik, samen met het netwerk van lijnen en krassingen, creëert een beeld dat niet onmiddellijk volledig vastligt.
Sommige werken bevatten kleine elementen op de voorgrond, zoals een kikker of een uil – zoals in de twee schilderijen die werden geselecteerd voor de Royal Academy Summer Exhibition. Tegelijk leidt het perspectief de blik naar verre delen van het landschap.
Deze combinatie van extreme nabijheid en grote afstand nodigt de kijker uit om het landschap niet alleen te bekijken, maar er als het ware doorheen te bewegen.
Verticale panelen
In mijn recente werk ben ik begonnen met verticale panelen. Deze vorm verwijst deels naar tradities uit de Oost-Aziatische schilderkunst, waar verticale composities vaak worden gebruikt om een sterk gevoel van ruimtelijke openheid te creëren.
Wanneer meerdere panelen naast elkaar worden geplaatst, ontstaat een groter beeldveld waarin de blik van de kijker kan rondgaan.
Het perspectief is daarbij niet altijd volledig consistent. Het doel is niet om een perfecte illusie van ruimte te creëren, maar om de kijker uit te nodigen de ruimtelijkheid van het beeld te ervaren.
Kunst en waarneming
Uiteindelijk hoop ik dat deze schilderijen de kijker uitnodigen om even te vertragen en opnieuw te kijken.
In een wereld die verzadigd is met beelden en informatie kan een schilderij een moment creëren waarin we de werkelijkheid weer via onze zintuigen ervaren.
In die zin zie ik kunst als een manier om onze aandacht voor de wereld te verdiepen — een manier om iets te ontdekken dat er misschien altijd al was, maar dat we nog niet werkelijk hadden gezien.